nl en fr

„Voordelen schooluniform zijn overtuigend”

De scholen zijn weer begonnen. Dagelijkse vraag voor veel jongeren: wat trek ik aan? Geen punt voor leerlingen van de Rehoboth Christian School in het Canadese Copetown. „Iedereen draagt hetzelfde.”
Riekelt Pasterkamp

Sportschoenen zijn er in alle kleuren van de regenboog: witte en zwarte, maar ook groene, gele en kakelbonte. Verder zien alle bijna 400 ‘students’ van de Rehoboth Christian School (RCS) –in leeftijd variërend van 5 tot 18 jaar– er nagenoeg hetzelfde uit. Blauwe dan wel witte polo of shirt met het RCS-logo en voor de heren een blauwe broek. Dames kunnen kiezen uit jurken en rokken in verschillende tinten. Er zit zelfs een kilt in het pakket.

„Je hoeft ’s ochtends niet na te denken over wat je aan moet trekken”, zegt Chris Lobbezoo (17). „Het is normaal, want heel veel scholen in Canada kennen het uniform”, vindt de even oude Jordanna Laman. Ze zaten tot afgelopen cursusjaar in grade 12, de hoogste klas van de RCS. Eensluidend: „Het staat eigenlijk wel professioneel.” Thuis gaat het uniform direct uit. „Dan wil je toch je eigen kleren aan.”

Hoewel volgens Chris en Jordanna „niemand het wilde” werd in 2005 op de christelijke school voor basis- en voortgezet onderwijs het uniform ingevoerd. In één keer voor de hele school. „Als je vanaf de laagste groepen opbouwt, duurt het jaren voordat iedereen het uniform heeft”, aldus directeur Jack Westerink (54). „Nu draagt iedereen hetzelfde. Er is geen onderscheid.”

Tien jaar geleden startte op de RCS de discussie over het schooluniform. Ouders waren sceptisch, vooral vanwege het prijskaartje. Toen het bestuur die vrees weg kon nemen, stemde enkele jaren geleden driekwart van de ouders voor invoering van het uniform. Patricia Kranendonk (40), moeder van zes kinderen in de leeftijd van 3 tot 16 jaar, noemt het een uitkomst. „Het is zo makkelijk. ’s Ochtends geen discussies over wat ze naar school aan moeten. Bovendien is er voor meisjes hier nauwelijks iets fatsoenlijks te krijgen.”

Vlak voor de start van het nieuwe schooljaar –dit jaar op 7 september– is er in het schoolgebouw in Copetown verkoop van gebruikte schoolkleding. Kranendonk: „Het gaat vaak over van oudere op jongere kinderen.”

R. J. McCarthy is de leverancier van het RCS-uniform. Op de website legt het bedrijf uit wat de voordelen van schooluniformen zijn: „Verbetert de veiligheid op school, bespaart kosten, vermindert de groepsdruk en stimuleert de leerresultaten.”

Met dat laatste is RCS-directeur Westerink het eens. „Met hun kleding hoeven de leerlingen niet meer te presteren, om het zo te zeggen. Het onderscheid zit in de resultaten. Laat maar zien waar je goed in bent. Het zelfvertrouwen wordt groter. Onderzoek wijst uit dat er 10 procent verschil zit in de leerresultaten van scholen met en scholen zonder uniform.”

De traditie van uniforme schoolkledij wordt vaak geassocieerd met de Britten. In het Verenigd Koninkrijk is het schooluniform gemeengoed. Het werd geëxporteerd naar kolonies zoals India, Zuid-Afrika en Kenia. Maar ook in landen als Japan en Maleisië steken scholieren zich in eenheidskleding.

Zelfs in Nederland zijn er scholen waar het uniform nog (verplicht) wordt gedragen. Onder meer, niet verwonderlijk, bij de British Schools of the Netherlands. Volgens Paul Ellis, directeur van de Junior School Diamanthorst in Den Haag, zijn er louter voordelen verbonden aan het dragen van een uniform. „De scholieren gedragen zich beter. Ze voelen zich meer verbonden met de school. Wij hebben kinderen uit meer dan tachtig landen. Voor ouders is het ook een gevoel van degelijkheid.”

In oktober 2007 pleitte minister Donner van Sociale Zaken tijdens het Nationaal Jeugddebat voor een verplicht schooluniform. „Een uniform kan voorkomen dat jongeren al op jonge leeftijd schulden maken met dure, nieuwe merkkleding”, was zijn redenering. Volgens Donner zitten hierdoor per klas twee kinderen in de problemen. Na een storm van kritiek trok Donner het plan weer in.

Op de RCS is het uniform niet meer weg te denken. Discussies over roklengte (dames) of korte broeken (heren) zijn uit de wereld. Jongens zijn er nuchter onder, meisjes proberen nog iets eigens aan te brengen. Zo draagt Jordanna Laman een bandana in het haar, grote oorbellen en onder haar rok een gele legging. „Dat mag eigenlijk niet. Als ik de klas binnenkom rol ik ’m snel op.” Directeur Westerink glimlacht: „Slechte invloed uit Holland.”

Ds. A. A. Egas, predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Middelharnis, was vorig najaar op bezoek bij de RCS in Copetown en sprak daar met directeur, docenten en leerlingen. Hij pleit voor invoering van schooluniformen op reformatorische scholen in Nederland.

„Anders dan de Engelse traditie past het niet in de Nederlandse cultuur, maar het is het overwegen waard. De voordelen zijn overtuigend. Zelf afkomstig uit het voortgezet onderwijs ken ik de moeizame discussie over de kleding van onze jongeren. Ik denk dat er heel wat vaders en moeders dankbaar zouden zijn als wij dit systeem zouden invoeren. Ouders zijn van heel veel hoofdbrekens verlost. Het blijkt ook aanzienlijk goedkoper te zijn en dat is in deze tijd van recessie mooi meegenomen. Wat mij verbaasde, was de verbetering van de leerresultaten.”

De predikant stelt dat „helaas ook op onze scholen leerlingen gepest worden als ze niet aan bepaalde trends meedoen.” Een collega-predikant wees ds. Egas erop dat de gereformeerde gezindte van binnenuit wordt uitgehold door het materialisme. „Kleding is hier helaas een belangrijk onderdeel van. Schooluniformen zouden een bijdrage kunnen leveren aan de christelijke soberheid en eenvoud.”
© 2024 HERBERT AGENCY Pontstraat 70 B-9831 Deurle GSM +32 (0)477 52 10 01 bernard.herbert@gmail.com